Nu de eerste echte regens zijn gevallen ontwaakt de tuin voor de tweede lente. De eerste onkruiden steken hun sprieten boven de aarde uit.
Daarnaast zijn alle zaden van de uitgebloeide bloemen afgerijpt en klaar om te zaaien. En dat ben ik dus aan het doen.
Vorige week met het gardenclub uitje, raapte ik zaden van de Vossenstaartpalm. Een palm die in de jaren tachtig in Australiƫ is ontdekt als nieuwe soort en waarvan de tuineigenaar al 20 jaar geleden zaden van had weten te bemachtigen.
Goed; die zaden vragen nogal aandacht, tijd en……warmte. Dus maakte ik een broeikasje.
Een aquarium dat ik op een stuk tempex zette. Op de bodem legde ik een snoer met kerstboomlampjes. Die zorgen voor warmte. Daarop een glasplaat.
Op de glasplaat zette ik het kratje met de zaden. En dan is het ff afwachten hoe hoog de temperatuur oploopt. Dat mag tussen de 25 en 35 graden zijn voor een goede ontkieming die trouwens wel drie maanden kan duren. Goed om mijn geduld te oefenen.
Inmiddels staan op de broeikast ook nog twee bakken met zaden; een van de Iberische gladiool en een van de Drimmia maritima. Beiden bolgewassen die hier van nature voorkomen en dus helemaal aangepast zijn aan het klimaat.
Gisteren bij het koor deelde ik zakjes met zaden van Cerinthe major uit. Die verzamelde ik in het voorjaar en het waren er veel. Wel driehonderd schat ik. Ik was alle tien zakjes zo kwijt. Dus maakte ik net opnieuw zakjes terwijl Rick ondertussen een vriendin belde.
“Ton speelt voor dokter Karbaat en verpreidt zaden aan een ieder die ze wil hebben.”
Met groeten Ton



Geen opmerkingen:
Een reactie posten