zondag 12 juli 2020

Elvis uh, Adonis has left the body

Nadat we gistermiddag thuiskwamen van onze hortus dienst kreeg ik een noodoproep voor een avonddienst in het hospice. 
Blij word ik daarvan en ik sprong dan ook meteen op mijn fietsie.
Maar vanmorgen bij het opstaan voelde ik me nog niet echt uitgerust en er stond nog wel een hortus middagdienst op de rol.
Gelukkig werd het vanwege het net iets te mooie weer qua bezoekers niet druk en extra klusjes, anders dan watergeven in de kassen, waren er niet.

Ook een hortus is een universum op zich. De man die ‘s morgens de deuren opent had groenten uit eigen groentetuin mee voor de hortulanus. De laatste bood me weer wat van die groenten aan: ik kreeg twee grote courgettes en een zak vol tuinbonen. Zou jij wat willen hebben?
Nou natuurlijk.
Dus pakte ik een courgette en deelde ik de tuinbonen in gelijke porties. Vliegende kraaien hebben altijd wat.

Eenmaal terug bij de entree dacht ik dat het wellicht leuk zou zijn om alle tuinbonen meteen te doppen. Daar was de hortulanus helemaal blij mee want aan het doppen van tuinbonen zat een licht traumatische herinnering. ‘Ik kom uit een gezin met acht kinderen en als we tuinboontjes aten moesten er veel bonen gedopt worden.’
Zo zat ik rustig een half uur bonen te doppen. 


Uit het plantenverkoophoekje kocht ik een lantaarnplantje.


Helemaal blij mee want die kan wel een beetje verwaarlozing doorstaan en dat leek me wel goed in de wetenschap dat we over niet al te lange tijd weer langer hopen te verblijven in Spanje.

Toen zo tegen vier uur de laatste bezoekers nog wat plantjes wilde kopen, hoorde ik Rick roepen: zijn er nog wat van die lantaarnplantjes?
Ik ging even in de voorraadkas kijken maar nee: van alles maar geen lantaarntjes.
Zou je ons exemplaar willen afstaan, fluisterde hij.
Oempf. Altijd even schakelen: Tuurlijk.
Mensen blij en ik zocht een olifanten plant uit ( plant met grote bladeren op tuinbonen foto).
Ook mooi maar wel kwetsbaarder voor verwaarlozing.

Anyway.
Eenmaal thuisgekomen zakte ik op de bank in een comateuze slaap, maar niet zo diep dat ik niet af en toe wakker werd van mijn eigen gesnurk.
Tja, ik word wat ouder maar daar klaag ik niet over want zeg ik niet altijd:  Wie niet oud wil worden moet jong sterven.


En al zegt mijn zus dat ik nog steeds iets jongensachtigs heb, vond ik de foto die Rick net van mij maakte toch ook wel confronterend.
Ik lig hier op apegapen. Míjn mond open. En die dubbele kin. Is die niet van wijlen mijn moedertje?
En dan die lok. 
Er ist wieder da.

Tja, Adonis has left the body. En hij komt ook niet terug bij het gebruik van botox, fillers, implantaten of wat dan ook.

Met groeten Ton